• " Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. " Johannes 3 : 18
  • " Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. " Johannes 3 : 16
  • " Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. " Johannes 3 : 17
  • " Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft. " Amos 5 : 4

Meditatie

Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel; Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:15-16

Gods roeping is de openbaring van Zijn eeuwige voornemen. ‘En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.’ (Rom. 8:30). De gelovigen zijn ‘naar Zijn eeuwige voornemen geroepen’. In Zijn roeping openbaart Hij aan ons wat Zijn gedachten en Zijn wil zijn met betrekking tot ons. God wil ons bekend maken tot welk leven Hij ons uitnodigt. Hoe meer we geestelijk gaan verstaan en ervaren wat de hoop van onze roeping is, hoe meer ons leven de weerkaatsing zal zijn van Zijn eeuwige voornemen.

De Heilige Schrift gebruikt meer dan één woord om het doel en de intentie van onze roeping duidelijk te maken. Meestal worden de volgende woorden gebruikt: ‘God heeft ons geroepen om heilig te zijn’. Twee keer noemt Paulus de gelovigen ‘geroepen heiligen’ (Rom. 1:7; 1 Kor. 1:2). Ergens anders zegt Paulus: ‘Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking’ (1 Thes. 4:7). Als de apostel schrijft: ‘En de God des vredes heilige u geheel en al’ dan voegt hij er ook bij: ‘Hij Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.’ (1 Thes. 5:24).

1. De roeping is van eeuwigheid af. Het eeuwige voornemen waarvan de roeping een uitdrukking is, wordt gedurig verbonden aan heiligmaking als doel. ‘Omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde’ (Ef. 1:4). ‘Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid’ (2 Th es. 2:13). ‘Uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest’ (1 Petr. 1:2). De roeping is de ontsluiering van het eeuwig voornemen van de Vader. Van eeuwigheid heeft Hij het op Zijn hart dat wij heilig zouden zijn. Geen wonder dat Paulus bidt voor de gelovigen van Efeze dat de Heere hen verlichte ogen zou geven om te kunnen weten wat de hoop van Zijn roeping is. Laten wij hetzelfde gebed voor onszelf bidden. Laten we God vragen of Hij ons zal openbaren wat heiligheid betekent. In de eerste plaats Gods heiligheid en in de tweede plaats onze heiligheid. Bidt dat de Heere ons het belangrijke aspect van heiligmaking zal laten zien. God heeft Zijn hart er immers op gezet om ons gelijkvormig te maken aan het beeld en gelijkenis van Zijn Zoon. Bidt dat de Heere ons zicht zal geven op die onuitsprekelijke zaligheid en heerlijkheid – wanneer we voor eeuwig samen met Christus zullen delen in Zijn heiligheid.

2. De roeping laat ons zien wat de ware beweegredenen tot heiligmaking zijn: omdat God heilig is. Het is alsof God tot ons zegt: ‘Heiligheid is Mijn zaligheid en Mijn heerlijkheid. Ik nodig jullie uit tot gelijkvormigheid aan Mijzelf. Ik heb niets beters, niets hogers om jullie aan te bieden. Wees heilig, want Ik ben heilig’, zodat onze ziel alles zal willen opoff eren in antwoord op die heilige roeping!

3. De roeping wijst ons ook wat de aard is van ware heiligheid: ‘Zoals Hij heilig is, zo word ook zelf heilig’. Om heilig te zijn, is om Godgelijkvormig te zijn. Om heilig te zijn is om een gezindheid, een wil, een karakter te bezitten zoals God. Hierover nadenken lijkt bijna godslasterlijk, totdat wij weer horen: ‘Hij heeft ons uitverkoren in Christus, om heilig te zijn’. In Christus is de heiligheid van God verschenen in een menselijke vorm. In Christus’ voorbeeld en in Zijn gemoed en geest, hebben wij de heiligheid van onze onzichtbare God vertolkt gezien. In de vorm van een menselijke levenswandel. Om als Christus te zijn, is om heilig te zijn, zoals God heilig is.

4. De roeping maakt ons de kracht van ware heiligheid duidelijk. ‘Er is niemand heilig, zoals de Heere’. Er is geen heiligheid dan alleen in Hem, en in wat Hij schenkt. Heiligheid is niet iets wat wij kunnen doen of verdienen, maar het is een mededeling van het goddelijke leven. Het is een inblazing van de goddelijke natuur Zelf. Het is de kracht van de goddelijke tegenwoordigheid die op ons rust. En onze vermogens om heilig te worden, worden gevonden in de roeping van God. God – de Heilige – roept ons tot Hemzelf. Zo verklaard Hij: ‘Ik ben de HEERE, die u heiligt’. De roeping om heilig te zijn, komt van God. Van God, Die vol oneindige macht en liefde is. We kunnen dus met vertrouwen zeggen: ‘Wij kunnen zijn, wat Hij van ons eist.’

5. Ook wijst de roeping ons wat de weg tot heiligheid is. De roeping van God is krachtig en doeltreff end. Laten wij naar Hem luisteren en de roeping zal met kracht bewerken wat nodig is. Zijn roepstem geeft leven aan de doden. Zijn roepstem geeft heiligheid aan hen die Hij levend maakt. Hij roept ons tot Hemzelf om Zijn heiligheid te overdenken. Om naar Zijn heiligheid te verlangen. Om Zijn heiligheid ons toe te eigenen. Hij roept ons tot Christus in Wie de Goddelijke heiligheid ook menselijke heiligheid geworden is. God roept ons tot Christus om de Goddelijke heiligheid in Hem te zien en te bewonderen, te begeren en aan te nemen. Hij roept ons tot de inwoning en het onderwijs van de Geest van heiligmaking. Om ons aan de Geest van heiligmaking over te geven, zodat Die in ons kan bewerken wie wij in Christus zijn. Laten wij nu tot Hem naderen en met schaamte en droefheid belijden, hoe weinig dit ons levensdoel is geweest.

Laten wij stil worden en luisteren naar de stem van God. Toen de HEERE Zijn knecht Mozes geroepen heeft uit het braambos, heeft hij geantwoord: ‘Hier ben ik’. Mozes heeft toen zijn gezicht bedekt, want hij was bevreesd om op God te zien. Weet u lezer, de Heere roept op dit moment ook u tot heiligheid. Hij roept u tot Hemzelf – de Heilige. Als de Heere u beloofd heilig te maken, laat uw hele ziel dan antwoorden: ‘Hier ben ik, Heere! Spreek Heere! Openbaar Uzelf aan mij!’ En terwijl u luistert, in diepe stilte en eerbied, zal Zijn roepstem tot u komen uit de eeuwigheid, van voor de grondlegging van de wereld: ‘Wees heilig!’ (Ef. 1:4). U zult een stem horen van Sinai met zijn donder en bliksem: ‘Wees heilig!’ (Lev. 11:45). Maar nog sterker en liefdevoller komt de roepstem van het kruis: ‘Wees heilig!’ (1 Petr. 1:15,18–19).

Kind van God, hebt u het ooit beseft, dat onze hemelse Vader ons tot Hemzelf roept, om ons heilig te maken? Hebben wij misschien meer verlangd en gezocht naar vreugde dan naar heiligheid? Laten wij nu tot Hem naderen en met schaamte en droefheid belijden, hoe weinig dit ons levensdoel is geweest. Maar laten we ook moed vatten, want ‘Hij Die u roept, is getrouw: Die het ook doen zal.’ (1 Th es. 5:24). 

Andrew Murray

HHG Veenendaal nieuws

bekijk alle nieuws

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: