Home
  • Meditatie

    Geloofsvertrouwen

    Psalm 56 vers 10b: ‘Dit weet ik, dat God met mij is.’

    Als David deze psalm dicht is hij op de vlucht voor koning Saul. David is van Godswege gezalfd tot koning. Deze belof-te wordt na een weg van strijd en beproeving vervuld. Een weg waarin Hij door de Heere geleerd wordt. Nadat koning Saul het vermoeden heeft gekregen dat David zijn opvolger gaat worden, is de rust in Davids leven opgezegd. Hij moet vluchten. En hoewel David denkt incognito, als onbekende, zijn toevlucht te nemen bij de Filistijnse koning Achis, koning van Gath, vergist hij zich toch. Door de knechten van Achis wordt hij herkend. ‘Is deze niet David, de koning des lands? Zong men niet van deze in reien, zeggende: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?’ David loopt in zijn eigen valkuil. Ook in deze weg moet hij leren: ‘Vest op prinsen geen betrouwen waar men nimmer heil bij vindt.’ In vers 2 zegt hij in welke omstandigheden hij verkeert. ‘Als de filistijnen hem ge-grepen hadden te Gath.’ En in die situatie, zeg maar gerust noodsituatie, neemt hij zijn toevlucht tot God. Bescha-mend weliswaar. Daarom klinkt het gebed ook in vers 2: ‘Wees mij genadig o God!’  En dan gaat hij zijn nood aan de Heere kenbaar maken. Saul zoekt hem op te slokken, zoals een roofdier zijn prooi zoekt te verslinden. Vele bestrij-ders achtervolgen hem. Maar in dit alles is er een wetenschap bij David dat de Heere toch van hem afweet. In vers 9 horen we hem zeggen: ‘Gij hebt mijn omzwerven geteld.’ David weet dat God al zijn moeite, leed en verdriet kent. En zo mag hij zijn situatie geduldig in Gods handen overgeven. Het vaste geloof in Gods voorzienigheid, te weten dat er niets buiten de Heere omgaat, geeft rust en overgave in zijn hart.


    lees verder